Bodemsanering
De Nederlandse bodem is op ongeveer 175.000 plekken zo verontreinigd dat deze dient te worden schoongemaakt. De ernstigste vervuilingen komen door activiteiten zoals het dumpen van giftige stoffen op vuilnisbelten, landbouwactiviteiten denk maar aan bestrijdingsmiddelen (DDT), maar ook bedrijventerreinen zijn vaak verontreinigd. Het schoonmaken van deze vuile grond noemt men bodemsanering. Een sanering vindt plaats wanneer uit een bodemonderzoek gebleken is dat de bodem verontreinigd is. Verder is de aard en de grootte van de verontreiniging vastgesteld.
Vooraf aan uitvoering van een bodemsanering dient bij een geval van 'ernstige' bodemverontreiniging een saneringsplan te worden opgesteld. De provincie is als bevoegd gezag verantwoordelijk voor goedkeuring en beschikking van het saneringsplan.
Bij een geval van 'niet-ernstige' bodemverontreiniging is de gemeente bevoegd gezag.

|